Contact info

company
Urologisch Centrum Kortrijk

AZ Groeninge, Campus VL
Burg. Vercruysselaan 5
8500 Kortrijk
Tel:   +32 (0)56 63 38 00
Fax: +32 (0)56 63 38 09

AZ groeninge

Prostaat

Anatomie prostaatDe prostaat (of voorstanderklier) is een klier die zich bij de man onder de blaas bevindt en normaal ongeveer 15 tot 20 ml groot is.  Hij ligt tussen het schaambeen en de endeldarm.  De plasbuis die vertrekt uit de blaas loopt door de prostaat naar de penis. Onder de prostaat ligt de sluitspier van de blaas. De zaadleiders die de zaadcellen van de teelballen naar boven brengen, monden uit in het deel van de plasbuis dat door de prostaat loopt (urethra prostatica). 

De functie van de prostaat is de productie van prostaatvocht ,dat samen met het vocht van de zaadblaasjes en de zaadcellen uit de teelballen het sperma vormt. De twee zaadblaasjes bevinden zich achter de blaas, juist boven de prostaat. De prostaat heeft dus enkel een functie in de voortplanting.

 

Vlak naast de prostaat lopen de zenuwen en bloedvaten naar de penis die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van erecties.

Meest voorkomende ziektebeelden:

  1. Prostaatontsteking of prostatitis
  2. Goedaardige prostaatvergroting of benigne prostaat hypertrofie (BPH)
  3. Prostaatkanker

 

 

 

 

 

1. Prostaatontsteking of prostatitis

Bij een prostaatontsteking zijn er bacteriën in het klierweefsel van de prostaat terecht gekomen die aanleiding geven tot een infectie. Deze bacteriën komen bijna altijd vanuit een blaasontsteking.
De klachten die hiermee gepaard gaan zijn pijnklachten, prikkeling bij het plassen, koorts en verminderde straalkracht tot soms onmogelijkheid om te plassen door de zwelling van de prostaat door de infectie. Soms kunnen de bacteriën via de zaadleider tot bij de bijbal en vervolgens ook de teelbal komen en ook daar aanleiding geven tot ontsteking.
De behandeling bestaat hier uit antibiotica gedurende meerdere weken. Ook dient naar de oorzakelijke factor te worden gezocht om het risico op ontsteking in de toekomst te verminderen.
Een prostaatontsteking is soms moeilijk te behandelen en kan aanleiding geven tot veranderingen in de prostaat die het risico op een nieuwe ontsteking vergroten. Soms kan er ook een chronische ontsteking ontstaan, die af en toe opflakkert en opnieuw klachten geeft.

↑ Naar boven ↑

 


 

 

 

2. Goedaardige prostaatvergroting of benigne prostaat hypertrofie (BPH)

Dit is een vaak voorkomende aandoening waarbij we een volumetoename zien optreden van het deel van het prostaatweefsel dat gelegen is rond de plasbuis. Dit geeft niet altijd klachten, maar de klachten die kunnen ontstaan zijn o.a. een verminderde straalkracht, plassen in meerdere tijden, een hogere plasfrequentie (meestal ook 's nachts), dringende plasdrang, moeite bij het starten van de plas en nadruppelen na het plassen.
Omdat deze klachten geleidelijk ontstaan worden veel mannen het gewoon om "slecht" te plassen. De blaasspier kan dit tijdelijk compenseren, maar uiteindelijk gaat ze hieraan ten onder. Daarnaast kunnen hierdoor problemen optreden zoals blaas- en prostaatontstekingen en blaasstenen.

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden :

 

2.1 Medicamenteuze behandeling

Medicatie kan er voor zorgen dat het volume van de prostaat vermindert (5-alfareductaseremmers, die het effect van testosteron op de prostaat vermineren) of dat er een "ontspanning" optreedt van de blaasuitgang en de prostaat (alfablokkers), zodat de plasbuis die erdoor loopt meer plaats krijgt. Soms worden beide gecombineerd. Deze medicatie dient dagelijks en levenslang te worden ingenomen, wil men het effect behouden.

 

2.2 TURP (transurethrale resectie van de prostaat), dikwijls ook een "boring" genoemd

Dit is een ‘kijkoperatie' waarbij, onder plaatselijke verdoving (ruggenprik), via de plasbuis een instrument naar binnen gebracht wordt, dat toelaat onder rechtstreeks zicht de prostaatvergroting weg te nemen. In onze dienst wordt hiervoor een bipolair lusje gebruikt (Gyrus genaamd), met als belangrijkste voordeel dat er beduidend minder bloedverlies is tijdens en na de ingreep. Na de ingreep wordt een blaassonde geplaatst die enkele dagen blijft zitten en waarlangs de blaas gespoeld wordt. Na gemiddeld 2 dagen wordt de sonde verwijderd en kan de patiënt terug zelf plassen, waarna hij het ziekenhuis mag verlaten. Het duurt nog enkele weken vooraleer de wonde binnenin genezen is en blaas en sluitspier terug op elkaar zijn afgestemd. Daardoor kan er de gedurende de eerste zes weken na de ingreep regelmatig nog wat bloed zichtbaar zijn in de urine.

Doordat de gemaakte holte in de prostaat en de blaas vrij met elkaar in verbinding staan verdwijnt de zaadlozing tijdens het orgasme in de blaas. Dit wordt nadien bij het plassen zonder probleem verwijderd. Het orgasme blijft wel hetzelfde als vroeger. Erectieproblemen ontstaan normaal niet na deze ingreep, urineverlies is zeldzaam.
Omdat het buitenste deel van de prostaat (perifere zone) ter plaatse blijft, is er nog steeds een risico op het ontstaan van prostaatkanker.

Informatiebrochure TURP


2.3 Open prostatectomie

Dit is een ingreep die wordt uitgevoerd bij een zeer grote prostaat.
Een TURP zou in dit geval te lang duren en niet toelaten voldoende prostaatvergroting weg te nemen.
Via een insnede in de onderbuik wordt de prostaat bereikt. Het vergrote deel van de prostaat rond de plasbuis wordt verwijderd en de prostaatkapsel blijft ter plaatse. Na de ingreep wordt een blaassonde geplaatst voor een vijftal dagen.

Omdat het buitenste deel van de prostaat (perifere zone) ter plaatse blijft, is er nog steeds een risico op het ontstaan van prostaatkanker.

↑ Naar boven ↑

 


 

 

 

3. Prostaatkanker

  1. Klachten en diagnose
  2. Indeling stadia prostaatkanker
  3. Behandeling 

 

 

3.1 Klachten en Diagnose

Prostaatkanker is een ziekte waarbij zich kwaadaardige cellen ontwikkelen in het weefsel van de prostaat. Een kwaadaardige prostaattumor groeit over het algemeen erg traag en veroorzaakt in een vroeg stadium meestal nauwelijks klachten. Als er toch klachten zijn, zijn deze meestal dezelfde als bij goedaardige prostaatvergroting.

De diagnose van prostaatkanker in een vroeg stadium geeft, net als bij andere tumoren, betere kansen op volledige genezing.

Dit onderstreept het belang van vroegtijdig onderzoek. Een jaarlijkse of tweejaarlijkse bepaling van het PSA ('prostaatspecifiek antigeen') in het bloed en een rectaal toucher (voelen van de prostaat langs de aars) bij de huisarts wordt daarom aanbevolen vanaf de leeftijd van 50 jaar (40 jaar indien er prostaatkanker voorkomt in de familie). Indien de PSA-waarde of het rectaal toucher abnormaal is, zal de huisarts meestal doorverwijzen naar de uroloog. De uroloog zal overgaan tot een echografie van de prostaat (langs de aars) en indien nodig zullen fragmentjes prostaatweefsel afgenomen worden (prostaatpunctiebiopsie). Zo kan de patholoog-anatoom via microscopisch onderzoek vaststellen of er kwaadaardige cellen aanwezig zijn.

In zijn verslag beschrijft de patholoog-anatoom het aantal aangetaste fragmentjes, de plaats in de prostaat waar deze gevonden werden en de uitgebreidheid van aantasting per fragmentje. Ten slotte bespreekt hij de Gleason-score (tussen 2 en 10). Dit is de agressiviteitsgraad: hoe hoger de score, hoe agressiever en dus hoe meer risico op doorgroei in andere organen of uitzaaiingen. Een Gleason-score 2 tot 5 komt niet zo frequent voor en is zeer rustig. Een Gleason-score 6 komt het meest voor en wordt als eerder rustig beschouwd. Gleason-score 7 bevindt zich tussen rustig en agressief. Vanaf Gleason-score 8 spreken we van agressievere tumoren.

 ↑ Naar boven ↑

 

 

3.2 Indeling stadia prostaatkanker

 De volgende schaal geeft de mate van uitgebreidheid aan:

 

Lokale kankers

Stadium T1: een tumor die niet voelbaar is bij rectaal toucher, maar gevonden wordt door een abnormaal PSA of toevallig bij een TURP

Stadium T2: voelbaar bij rectaal toucher (voelt als een harde massa) of zichtbaar op beeldvorming (echografie of MR-scan), maar nog beperkt tot de prostaat

Lokaal gevorderde kankers

Stadium T3: tumor die zich uitstrekt tot buiten de prostaat (T3A) en/of de zaadblaasjes (T3B).

Stadium T4: tumor die uitbreidt naar organen rond de prostaat (blaas, endeldarm, bekkenbodemspier)

 

Wanneer prostaatkanker wordt vastgesteld, is het uiteraard ook belangrijk te weten of de tumor al dan niet uitgezaaid is (metastasen). Hierbij wordt gebruik gemaakt van:

a.   CT-scan of MR-scan van de buik: voor het aantonen van metastasen in de lymfeklieren.

b.   Skeletscintigrafie (botscan): voor het aantonen van metastasen in het beendergestel.

Indien er metastasen (uitzaaiingen) buiten het klein bekken worden gevonden, dient de behandeling zich vooral te richten op de therapie van deze metastasen.  Een lokale behandeling van de prostaat zelf zal in dit geval alleen gebeuren als er ook plasklachten bestaan.

 ↑ Naar boven ↑

 

 

3.3 Behandeling

3.3.1 Niet-Uitgezaaide prostaatkanker

Wanneer de prostaatkanker beperkt blijft tot de prostaat kan een behandeling voorgesteld met de intentie de kanker definitief te genezen. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden zijn verschillende behandelingsopties mogelijk.

 

 

3.3.1.1. Operatieve volledige verwijdering van de prostaat

3.3.1.1.1. Open Radicale Prostatectomie

Bij deze ingreep wordt de prostaat met het gezwel in zijn geheel verwijderd. Er wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen de blaas en de plasbuis. (het deel van de plasbuis die door de prostaat loopt wordt mee verwijderd).
Als gevolg van de ingreep is er een risico op erectiestoornissen en (meestal slechts tijdelijk) urineverlies, afhankelijk van de mogelijkheid om de bloedvaten en de zenuwen naar de penis te behouden.

3.3.1.1.2. Laparoscopische Radicale Prostatectomie

Dezelfde operatie kan ook uitgevoerd worden door middel van een kijkoperatie. Dit heeft het voordeel dat er met meer nauwkeurigheid kan gewerkt worden dan met een klassieke open ingreep. De camera die ingebracht wordt, vergroot het beeld meerdere malen waardoor de verschillende structuren beter zichtbaar worden. Daarnaast verloopt het herstel voor de patiënt veel sneller, omdat er minder moet worden "gesneden". Daarom werd begin 2004 de "open radicale chirurgie" in onze dienst verlaten en vervangen door de laparoscopische ingreep.

Ondanks deze voordelen vertrouwt de conventionele laparoscopie op stijve instrumenten en 2D-videobeelden, technische beperkingen die een uitdaging kunnen zijn voor de chirurg. Vanwege deze nadelen leent conventionele laparoscopie zich niet zo goed voor complexe procedures zoals prostatectomie. Daarom gebruiken zeer weinig urologen deze aanpak voor prostatectomie. Verder biedt noch laparoscopie noch open chirurgie voldoende visualisatie voor een zeer nauwkeurige zenuwsparende prostatectomie

3.3.1.1.3. Robotgeassisteerde Laparoscopische Radicale Prostatectomie (RALP)

Naast de "klassieke kijkoperatie" beschikken we sinds 2007 ook over de da Vinci SHD ®-robot. Hierbij staat de robot als schakel tussen de patiënt en de chirurg tijdens de kijkoperatie. De robot geeft enkele belangrijke bijkomende voordelen bovenop die van een kijkoperatie. Er wordt gebruik gemaakt van driedimensionaal zicht, mogelijkheid tot extra vergroting van het beeld, multifunctionele instrumenten die een grotere bewegingsvrijheid en manipulatie mogelijk maken, verdwijnen van fysiologische tremor en een ergonomische houding voor de chirurg.
Bedoeling van het gebruik van de robot is vooral om de risico's op erectiestoornissen en urineverlies tot een minimum te herleiden.

De da Vinci®-prostatectomie is een robot-ondersteunde, minimaal-invasieve chirurgie die snel de voorkeursbehandeling geworden is voor de verwijdering van de prostaat na een vroege diagnose van prostaatkanker. Met het da Vinci-systeem kunnen chirurgen opereren met ongekende precisie en beheersing via enkele kleine incisies.

Incisies robot

De da Vinci-prostatectomie biedt bovendien de volgende mogelijke voordelen

  • Aanzienlijk minder pijn
  • Minder bloedverlies
  • Minder complicaties
  • Minder littekens
  • Korter ziekenhuisverblijf
  • Een snellere terugkeer naar normale dagelijkse activiteiten

Lees meer over "Robotgeassisteerde chirurgie"

Informatiebrochure RALP

 VIDEO: patiëntervaring rond diagnose en behandeling gelokaliseerd prostaatcarcinoom

<script type="text/javascript">var iframe = "<iframe src=\'http://www.focus-wtv.be/rmplayer/embed/21249?width=560&height=315&embed_width=560&embed_height=315&autostart=0&stretching=exactfit&plugins=embed%2Cshare%2Cgapro&delivery=vod&mode=flash&link=http%3A//www.focus-wtv.be/video/voormekaar-over-prostaatkanker&logo=http%3A//www.focus-wtv.be/sites/default/files/fw2012-web-branding.png&logo.hide=false&logo.position=bottom-right&provider=streaming&playlist.size=200&playlist.position=right&title=VoorMekaar%20over%20prostaatkanker\' width=\'560\' height=\'315\' scrolling=\'no\' frameborder=\'0\'></iframe>";document.write( iframe );</script>

VIDEO

 

3.3.1.2. Bestraling (radiotherapie)

3.3.1.2.1. Brachytherapie (inwendige bestraling)

BrachytherapieHierbij worden radioactieve "zaadjes" in de prostaat ingeplant. Dit zijn kleine metalen cilindertjes die radioactiviteit afgeven en op die manier de prostaatkanker ter plaatse bestralen en vernietigen. De prostaat zelf wordt niet verwijderd. Brachytherapie

Na brachytherapie van de prostaat is er een risico op erectiestoornissen in de volgende jaren. Ook prikkeling van de blaas met verhoogde plasnood is mogelijk. Doordat de bestraling enkel ter plaatse aanwezig is, zijn er minder nevenwerkingen in vergelijking met uitwendige bestraling.

 

Informatiebrochure Brachytherapie

Artikel in Acta Groeninge: mbt brachytherapie: pg 8-9

 

 3.3.1.2.2. Uitwendige bestraling in combinatie met hormoonbehandeling

Hierbij wordt een bestraling van de prostaat uitgevoerd met een toestel dat rond het lichaam draait en de kankercellen vernietigt. Deze behandeling wordt vaak gecombineerd met hormoonbehandeling die het mannelijk hormoon uitschakelt.
Na uitwendige bestraling is (meestal tijdelijk) prikkeling van de blaas en de endeldarm mogelijk met een verhoogde plasfrequentie en bloedverlies via de darm. Doordat de bloedvaten en zenuwen naar de penis mee bestraald worden en door de hormoonbehandeling zijn erectiestoornissen niet te vermijden.

 

 

3.3.1.3 Actieve opvolging

Afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de uitgebreidheid en de agressiviteit van de tumor kan soms overwogen worden om de situatie heel regelmatig op te volgen en slechts te behandelen bij duidelijke groei van de tumor.

↑ Naar boven ↑

 

 

3.3.2 Uitgezaaide prostaatkanker

Wanneer uitzaaiingen aanwezig zijn (meestal is dit naar de lymfeklieren of de botten) is een behandeling van de prostaat alleen niet meer zinvol. Naast een eventuele behandeling van de prostaat zelf kan een algemene behandeling noodzakelijk zijn die ook de uitzaaiingen mee behandelt.

Dit bestaat in eerste instantie uit hormoontherapie. Dit kan door de inhoud van de teelballen via een operatie te verwijderen (wordt nog zelden uitgevoerd) of meestal door toediening van medicatie. Hierbij wordt het mannelijk hormoon testosteron uitgeschakeld waardoor de groei van de prostaattumor en de uitzaaiingen stilgelegd of afgeremd wordt. Hiermee verdwijnt echter ook het libido en de potentie. Omdat prostaatkanker meestal slechts langzaam groeit, gebeurt het vaak dat hiermee het probleem onder controle kan worden gehouden. Helaas kunnen de kankercellen na verloop van tijd ongevoelig worden voor deze behandeling en terug groeien. Aanvullende behandeling kan dan noodzakelijk zijn met chemotherapie of nieuwe aankomende medicatie met minder bijwerkingen, eventueel in studieverband.

↑ Naar boven ↑